
O, die Nederlandse oliebol (17)
In Nederland bakte ik nooit oliebollen. Ook niet toen we kinderen hadden en het in veel gezinnen de gewoonte was om op oudejaarsavond een pan vol dampende bollen op tafel te plaatsen. Op de één of andere manier heb ik mij er nooit toe kunnen zetten uren in de keuken te staan.

Sneeuwderrie (16)
Mijn verlangen, dat begreep ik maar al te goed. Mijn verlangen dat ik in de genen verstopt had en overdroeg aan kinderen die geen weet van die smeltende bruine derrie meer hadden. Oneerlijk, ik begreep het, want dat laatste beeld prentte ik ze niet in. Die derrie zou hoog op de bergtop niet te zien zijn en het smeltende proces zouden ze niet meemaken. Ik hield een idylle in stand, ik maakte het moederland mooier dan het in werkelijkheid ooit geweest was.

Kerst in het kwadraat (15)
Het hele Rudolf de Reindeer scenario kwam in de derde week van december al door de straten gescheurd in de vorm van een opgedofte kerstman, hooggezeten op een brandweerauto. De sirenes als de rinkelende bellen en de goedgebuikte man in de rode kledij en met de witte baard strooide allerlei snoepgoed de straten in.


Twijfelen (14)
Niet twijfelen. De beslissing was genomen, ik moest erachter gaan staan, vooruit kijken en vooral niet meer twijfelen. Twijfel werkte belemmerend. Het maakte dat ik dan nooit wende aan het nieuwe land.


Kus (13)
Toen ik uitlegde dat het in Nederland gewoonte is om bij begroeting drie kussen te geven en ook de partner of familie van de jarige te feliciteren, stonden er voor ik het in de gaten had een aantal mensen in de rij om vervolgens op zijn Nederlands gekust te worden.
Leer dat nou maar eens af.
