De snoepschool (9)

 

Voor zover dat in ons vermogen lag wilden wij onze kinderen leren keuzes te maken die gezondheid en welzijn bevorderden. Wij wilden onze kinderen leren gezond te leven. Bewust om te gaan met voedsel bijvoorbeeld. De emigratie naar Australië zou nog meer heilzame vitaminen toevoegen, dachten wij. Onze opvoeding, gesteund door gedegen onderwijs zou van onze kinderen verantwoordelijke en bewust levende volwassenen maken.

Hoopten we.

‘Mam, wanneer krijgen wij snoep? Hoe oud moeten wij zijn voor we snoep krijgen?’ Die vraag kreeg ik van Rosa nadat ze twee weken op de nieuwe school zat. Het was alsof ze vroeg wanneer ze nu eindelijk ook eens alcohol mocht drinken, of een stickie op mocht steken.
‘Snoep? Dat doen we toch niet? Lieverd, dat is toch niet gezond voor je?’
‘Jawel, ik wil snakes.’
‘Oh, schat, snakes is geen snoep, snakes zijn slangen,’ legde ik uit in de veronderstelling dat ze, de Engelse taal niet goed machtig, dacht dat een snake snoep was. Ik had met haar te doen, wat had ik haar aangedaan als ouder naar een vreemdtalig land te emigreren. Misschien werd ze wel geplaagd omdat ze de Engelse taal niet beheerste.
‘Nee, ik wil snakes. Het zijn lange dunne snoepjes en ze zijn heel lekker. Je hebt gele, rode, blauwe, groene. Allemaal verschillende kleuren.’
Oké, iemand had kennelijk snoepjes meegenomen naar school en er mijn dochter één gegeven. Tja, dat kon gebeuren, daar zou ze mee op moeten leren groeien, sommige vriendjes en vriendinnetjes snoepten. Wel lief dat ze al zo snel geaccepteerd werd in een groep.
‘Ja, ze zijn heel lekker zoet,’ bevestigde ik. ‘En met al die kleurtjes lijkt het alsof we dat ook moeten eten, hè?’
Rosa knikte verheugd. ‘Ja, want je kan er goed van leren.’
‘Wat?’
‘Je moet veel snoep eten op school én als je wilt leren.’ Mijn dochter straalde, blij dat ik het begreep en ze nu dus altijd snoep mocht. Veel zelfs.
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, lieverd, het is niet gezond voor je. Een enkel keertje is helemaal niet erg, maar wij eten geen snoepjes. Wij maken andere dingen die heel lekker zijn en daar snoepen we van. Daar blijven we gezonder bij en krijgen onze tanden en kiezen geen gaatjes. Maar ik begrijp best wel dat je het lekker vond.’ Ik had me er op voorbereid. Natuurlijk wist ik dat er een moment zou komen waarop mijn kinderen in de gaten kregen dat vriendjes en vriendinnetjes wel mochten snoepen en zij thuis geen snoep kregen.
‘Maar ik moet toch doen wat de juf zegt? Jij zegt altijd goed naar de juf luisteren.’
‘Lieverd dat heeft toch niks met snoepjes te maken? Natuurlijk moet je doen wat de juf zegt. Daar leer je van. De juf vertelt ook wat gezond is en wat niet gezond is, hoe ons lichaam werkt, dat onze hersenen groeien, ze leert je Engels lezen en schrijven en nog veel meer.’
‘Nou, we krijgen toch snoepjes van de juf?’
‘Van de juf?’
‘Ja, snakes. Elke dag heeft ze een andere kleur en als we iets goed gedaan hebben krijgen we een snake en als we aan het einde van de dag allemaal goed ons best hebben gedaan krijgen we er ook één. Vandaag was het de rode, die vind ik het lekkerst en ik heb er vijf gehad. Zo goed deed ik mijn best. De juf zei dat ik heel goed naar haar luisterde. ‘Listen, sweetie,’ zei ze, ‘and you will be smart.’
‘Echt?’
‘Ja, gisteren kreeg ik drie gele, maar de rode zijn veel lekkerder. Sommige kinderen ruilen ze stiekem. Slim hè?’
Ik schudde mijn hoofd. Zou het daarom zijn dat kinderen hier vaak sweeties en smarties genoemd worden?

4 comments on “De snoepschool (9)”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *